Tarieven - een toelichting

Algemeen
Tarieven voor muzieklessen lopen sterk uiteen. Overigens zowel bij door de overheid gesubsidieerde muziekscholen, privé muziekscholen als privé docenten. Bij de eerste ligt dat aan de subsidie systematiek. In de privé sector wordt in het algemeen wel erkent dat het minimum advies tarief van de KNTV (Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaars Vereniging) als basis gehanteerd zou moeten worden. Dat is per 1 januari 2011 € 37,- per klokuur, exclusief 19% BTW voor leerlingen van 21 jaar en ouder. Dit bedrag kan geïnterpreteerd worden als een tarief voor beginnende pedagogen die net van het conservatorium komen. Het lijkt immers onwaarschijnlijk dat iemand zijn gehele werkzame leven dezelfde tarieven blijft hanteren terwijl er toch sprake is van opbouw van ervaring en innovatie in materialen. Bij privé muziekscholen komen daarbij nog de overheadkosten die in de meeste gevallen geheel of gedeeltelijk door de docenten moeten worden opgebracht.
Het is mogelijk dat lessen voor mensen met een smalle beurs wellicht minder toegankelijk worden wanneer privé docenten deze tarieven vragen. Door de overheid gesubsidieerde muziekscholen hanteren daarentegen aantrekkelijke tarieven vanuit het gegeven dat er combinatie- en groepslessen worden gegeven (voor een toelichting kijk hier) Bovendien zijn er vanuit gemeenten of de instellingen zelf vaak fondsen beschikbaar die ondersteuning bieden voor culturele activiteiten.

De praktijk
De praktijk is helaas anders. Wie rondkijkt op internet ziet de meest onwaarschijnlijke tarieven langskomen. Op het oog zeer gekwalificeerde docenten met jarenlange ervaring die zich aanbieden voor € 20,- per uur. Een enkeling komt hiervoor zelfs aan huis! Ook als deze bedragen gitzwart geïnd worden is het nog steeds onwaarschijnlijk dat iemand daarvan kan rondkomen.
Er zijn een aantal redenen waarom personen die muziekles geven te lage tarieven zouden hanteren:
Overigens komt het natuurlijk ook voor dat iemand een normtarief vraagt terwijl er nauwelijks enige kwalificatie aan ten grondslag ligt. Probeer er daarom altijd achter te komen wat iemand écht als achtergrond heeft. Op het conservatorium hebben gezeten zegt niets. Dat kan ook één jaartje zijn geweest, voor een heel andere studierichting of in de vooropleiding. Sommigen beroepen zich op een of ander certificaat dat bij nadere beschouwing niet meer blijkt te zijn dan een scholingscursus voor amateurs. Een conservatoriumdiploma voor een bepaald hoofdvak is eigenlijk het enige dat houvast biedt over de achtergrond van een muziekdocent. Ook lidmaatschap van een vakbond (niet van een vakvereniging: bij veel vakverenigingen kunnen ook amateurs zich aanmelden) of opname in een beschermde docentenbank zoals het docentenbestand van de EPTA zegt iets meer over de achtergrond.

Dat er daarnaast ook nog een hele menigte amateurs is die aan vrienden en kennissen "les" geeft is een gegeven. Met name bij muziekverenigingen komt dat voor.
Maar bedenk dat voor alle vaardigheidstrainingen, waaronder ook het bespelen van een instrument valt, geldt dat slechte gewoonten heel gemakkelijk zijn aan te leren, maar meestal uiterst moeilijk af te leren.

Dat je zoveel méér kan leren over muziek maken van iemand die het lesgeven goed onderlegd beheerst weet de leerling meestal niet en degene die zulke "lessen" geeft al helemaal niet. Hoed u voor mensen die verontschuldigend zeggen dat ze maar een paar "leerlingetjes" hebben en dat het vooral "gezellig" moet zijn. Dat een les in een goede sfeer moet verlopen is een open deur, maar er moet óók altijd sprake zijn van kennisoverdracht. Het loopt in een cirkeltje rond: als het niet leuk is, is het niet goed en als het niet goed is, is het uiteindelijk ook niet leuk.

Bevoegdheid

Zoals bij alle beroepen is het bezit van een bevoegdheid geen garantie voor kwaliteit. Maar één ding is bij een muziekvakstudie in ieder geval vastgelegd: de betrokken docent heeft zich op beroepsniveau met het vak beziggehouden. Dus bij de opleiding tot muziekdocent zijn de vakken algemene muziekleer, solfège, analyse, harmonieleer, contrapunt, geschiedenis, methodiek, didactiek en instrumentkennis afgesloten. En men heeft er tot op een zeker niveau blijk van gegeven de technische en muzikale vaardigheden te bezitten om een instrument te kunnen bespelen. Anders krijgt iemand zijn diploma niet. Vooral het kunnen spelen is belangrijk. Als een docent zelf niet tot een bepaald niveau (bij het lesgeven aan amateur pianoleerlingen ongeveer tot de etudes van Chopin) het speeltraject beheerst kan hij de stof ook niet adequaat overbrengen. Dat heeft overigens niets te maken met het uiteindelijke niveau dat een leerling bereikt. Een goede docent moet iedereen, jong en oud, ongeacht aanleg en talent, tot het voor die leerling hoogst bereikbare niveau kunnen brengen. Maar daarvoor moet je de voor dat instrument benodigde vaardigheden niet alleen zelf bezitten maar tot op zekere hoogte ook kunnen overzien. Uitzonderingen zijn die leerlingen die een dermate groot talent bezitten dat de docent moet inzien dat ze beter kunnen overstappen naar bijvoorbeeld een conservatoriumdocent, de talentenklas of school voor jong talent van het conservatorium. Ook dat is een gegeven: een goede docent moet talent kunnen her- en erkennen en dienovereenkomstig kunnen handelen in het belang van de leerling.
Dat er desondanks volledig bevoegde muzikanten zijn die geen notie hebben van écht lesgeven is betreurenswaardig maar komt bij alle beroepsgroepen voor. Iedereen kent dat uit zijn eigen schoolperiode.

Aan huis lesgeven
Een muziekles wordt gehaald, niet gebracht. Bij een goed geoutilleerde privé-docent en muziekscholen zijn alle materialen aanwezig die nodig zijn om les te geven. Dus: goede instrumenten (bij piano meer dan één!), bladmuziek, literatuur, Cd's, geluids- en opname apparatuur, computer met educatieve software. En dat alles in één ruimte. Leerlingen hebben thuis maar een beperkt gedeelte van deze faciliteiten en meestal ook niet in één ruimte geconcentreerd. Daarbij komt dat combinaties van leerlingen moeilijk of niet zijn te realiseren. Je zit tenslotte in andermans woning. Dit nog afgezien van het gegeven dat het tarief dan inclusief reistijd moet zijn. Dat houdt in dat een les aan huis minimaal rond de € 45,- per uur zou moeten kosten. Dat privé docenten en particuliere muziekscholen steeds vaker, gedwongen door de recessie, er toe over gaan om aan huis te gaan lesgeven is een betreurenswaardige ontwikkeling die het vak geen goed doet.

Conclusie
In het algemeen kan men stellen dat er bij het hanteren van een tarief dat onder de norm van de KNTV ligt, altijd iets aan de hand is. Net zo goed als alle andere dienstverleners moet ook een muziekdocent verantwoording kunnen afleggen over zijn tarief. Maar als een docent niet verder kan kijken dan het volgende lesboekje is ook € 20,- per uur weggegooid geld. Alle waar is naar zijn geld. U neemt les om muzikaal-technische vaardigheden aan te leren waar u of uw kind in de toekomst zelfstandig verder mee kunnen. Dat is een veelomvattend proces dat jaren duurt. Een docent, zogenaamde docent of beunhaas die dat proces niet kan hanteren of overziet is niets waard. U verspilt er kostbare tijd, energie en geld mee.


home